Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2:4

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregel alternatieve woonvormen, gemeente Duiven

Als voorwaarde bij het besluit van een mantel- en/of generatiewoning, wordt in ieder geval opgenomen dat: De mantel- en generatiewoning een zelfstandige woonruimte is met een maximaal bruto-oppervlak 100 m²; Bij de mantelwoning sprake moet zijn van een sociale relatie als bedoeld in artikel 2:1; Bij de generatiewoning sprake moet zijn van meerdere generaties als bedoeld in artikel 2:1; De mantel- en generatiewoning wordt beperkt tot maximaal één per perceel; Er sprake dient te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en stedenbouwkundige inpassing. Dat wil zeggen dat gebruiksmogelijkheden en het woongenot van omliggende gronden niet onevenredig mogen worden belemmerd en dat er geen sprake mag zijn van een onevenredige toename van gebruik-, verkeer- en parkeerdruk. Ook dient er sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat minimaal gelijk aan die van de hoofdwoning en dient er geen discrepantie te bestaan met de provincie- en rijksregels; Het landschappelijk inpassingsplan binnen één jaar na plaatsing van de mantel- of generatiewoning uitgevoerd dient te worden; Indien er geen gebruik meer wordt gemaakt van de mantel- en/of generatiewoning door de gebruiker(s) van de verleende vergunning, het gebruik ongedaan dient te worden gemaakt en te blijven; Wanneer de mantel- of generatiewoning in het buitengebied nieuw wordt geplaatst, moet de mantel- of generatiewoning eenvoudig geheel of in delen kunnen worden verplaatst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel