Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3:4

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregel alternatieve woonvormen, gemeente Duiven

Als voorwaarde bij het besluit van een flexwoning, wordt in ieder geval opgenomen dat: De bruto-oppervlakte van een flexwoning maximaal 50 m² bedraagt; De bouwhoogte van één flexwoning maximaal 4,5 meter bedraagt; De flexwoning bewoond mag worden door maximaal één huishouden; De flexwoning moet eenvoudig geheel of in delen kunnen worden verplaatst; Er sprake dient te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en stedenbouwkundige inpassing. Dat wil zeggen dat gebruiksmogelijkheden en het woongenot van omliggende gronden niet onevenredig mogen worden belemmerd en dat er geen sprake mag zijn van een onevenredige toename van gebruik-, verkeer- en parkeerdruk. Ook dient er sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat minimaal gelijk aan die van de hoofdwoning en dient er geen discrepantie te bestaan met de provincie- en rijksregels; Het landschappelijk inpassingsplan binnen één jaar na plaatsing van de flexwoning(en) uitgevoerd dient te worden.

Rechtspraak bij dit artikel