Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3:6

Intrekking en beëindiging

Onderdeel van Beleidsregel alternatieve woonvormen, gemeente Duiven

De tijdelijke vergunning vervalt van rechtswege na een periode van maximaal 15 jaar wanneer het college een vergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) heeft verleend; De tijdelijke vergunning vervalt van rechtswege na de periode van de aangegeven termijn die aan de omgevingsvergunning is verbonden; Het college kan de omgevingsvergunning intrekken indien de vergunninghouder een jaar na het onherroepelijk worden van het besluit geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning of de reeds gerealiseerde flexwoning langer dan een jaar niet gebruikt is; De omgevingsvergunning wordt ingetrokken indien de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven geen gebruik meer te willen maken van de omgevingsvergunning; De omgevingsvergunning wordt ingetrokken indien gebleken is dat de flexwoning wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden; De omgevingsvergunning wordt ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan de definitie flexwoning op grond van artikel 3:1; Na intrekking en/of beëindiging van de omgevingsvergunning van de betreffende flexwoning dient het gebruik van de flexwoning binnen drie maanden na beëindiging ongedaan te worden gemaakt en te blijven. Binnen twee jaar dient de woning in haar volledigheid te zijn verplaatst; Na intrekking en/of beëindiging van de omgevingsvergunning dient het bouwwerk verwijderd te worden; Na intrekking en/of beëindiging van de omgevingsvergunning is de vergunninghouder verplicht om voor de verlening van de omgevingsvergunning de oorspronkelijke toestand hersteld te hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel