Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 22

Artikel 22

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Staphorst

1.. Het bestuursorgaan kan een grafruimte waarvan de grafrechten zijn vervallen of waarvan de afstand is gedaan door de rechthebbende opnieuw uitgeven voor begraving met een recht van dertig jaar, vijftig jaar of onbepaalde tijd of een algemeen graf voor begraving met een uitsluitend recht van twintig jaar. 2.. Het bestuursorgaan kan een graf op het immaturenveld, waarvan de grafrechten zijn vervallen of waarvan afstand is gedaan door de rechthebbende, opnieuw uitgeven voor begraving of plaatsen van een urn/asbus voor de duur van tien, twintig, dertig of vijftig jaar. 3.. De burgemeester kan toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledene in een grafruimte genoemd in het eerste lid van dit artikel te doen verzamelen en opnieuw in dezelfde grafruimte te laten begraven (schudden). 4.. De burgemeester kan de rechthebbende van een particulier graf toestemming geven om de overblijfselen van de overledene(n) die zich bevinden in dat graf te doen verzamelen zodat deze elders – op een andere begraafplaats – kunnen worden herbegraven. 5.. De burgemeester kan de rechthebbende van een particulier urnengraf toestemming verlenen om de urn/asbus te doen opgraven zodat deze elders – op een andere begraafplaats – kan worden herbegraven of worden bijgezet. 6.. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf, kunnen gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn de burgemeester schriftelijk verzoeken de overblijfselen – indien mogelijk – bijeen te doen brengen voor herbegraving in een graf elders. 7.. Bij gebruikmaking van het tweede, derde, vierde en vijfde lid van dit artikel worden de desbetreffende artikelen van de wet en de wettelijke grafrusttermijn in acht genomen.

Rechtspraak bij dit artikel