Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 5.

Artikel 5.

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2007

5.1. De financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 5.2. Het in artikel 21 van de van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning genoemde afschrijvingsschema luidt als volgt: de restitutie bedraagt: voor de eerste twee jaar 100 % van de meerwaarde, voor de tweede twee jaar 80 % van de meerwaarde, voor de derde twee jaar 60 % van de meerwaarde, voor de vierde twee jaar 40 % van de meerwaarde, voor de vijfde twee jaar 20 % van de meerwaarde. Uitgangspunt bij de vaststelling van de waarde van de woning zijn de waarden op basis van de taxatie voor de Wet Onroerende Zaakbelasting van voor en na de woningaanpassing. 5.3. Het bedrag voor de verhuiskostenvergoeding als genoemd in artikel 15 onder a van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 3.200,00. 5.4. Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 19 lid 2 tot en met 5 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 3.200,00. 5.5. Indien het primaat van verhuizing van toepassing is , maar men kiest ervoor om niet te verhuizen en de zelf bewoonde woning zelf adequaat aan te passen, kan een vergoeding worden toegekend van maximaal € 7000,--.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel