Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3.

Herzien, intrekken, terugvorderen en verrekenen

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Veendam 2024

1.. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot: herzien of intrekken van het toekenningsbesluit op grond van artikel 54, lid 3 en 4 van de Participatiewet of artikel 17, lid 3 en 4 van de IOAW/IOAZ, als de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend; terugvorderen van ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand op grond van de artikelen 58 en 59 van de Participatiewet alsmede de artikelen 25 en 26 van de IOAW en IOAZ; bruteert de terugvordering met de afgedragen loonbelasting en premies volksverzekeringen zoals vermeld in de wetten wanneer het een dwingende bepaling tot terugvordering in de wetten betreft. Het verrekenen zonder terugvorderingsbesluit van in de voorafgaande zes maanden ontvangen middelen zoals vermeld in de wetten. Het verrekenen van de terugvordering met de uitkeringen. Verrekening vindt plaats met inachtneming van de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475b en verder van het Rv. 2.. Terugvorderingen, niet zijnde voorschotten, die op het moment van nemen van het terugvorderingsbesluit lager zijn dan € 200.- worden niet ingevorderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel