Naar hoofdinhoud
1.. Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en hanteert daarbij de in artikel 4:87 van de Awb genoemde betalingstermijn van zes weken. 2.. Het gelijktijdig met het terugvorderingsbesluit afgegeven invorderingsbesluit omvat daarbij de volgende punten: de hoogte van (het saldo van) de vordering; de betalingsverplichting om de vordering in zijn geheel binnen zes weken te voldoen; de datum waarop de betalingsverplichting in gaat; de mogelijkheid voor belanghebbende om binnen twee weken na verzenddatum van de beschikking als bedoeld in artikel 4:87 van de Awb een betalingsregeling te treffen; de rechtsgevolgen bij niet-nakoming van de betalingsverplichting als beschreven in afdeling 4.4.2 Ab (over verzuim) en afdeling 4.4.4 Awb (over aanmaning en invordering bij dwangbevel); de vermelding dat het aangaan van nieuwe schuldverplichtingen niet leidt tot een nieuwe vaststelling van een opgelegde betalingsverplichtingen behoudens bijzondere onvoorziene omstandigheden. 3.. Bij beëindiging van de uitkering worden alle terugvorderingen ineens opgeëist 4.. Op verzoek van de debiteur kan een betalingsregeling worden getroffen waarin de vordering wordt afgelost in maximaal 36 maandelijkse termijnen. 5.. Als vorderingen niet binnen 36 maanden kunnen worden afgelost, stellen burgemeester en wethouders een onderzoek in naar de hoogte van het inkomen om de aflossingscapaciteit vast te stellen en wordt de vordering met de vastgestelde aflossingscapaciteit afgelost. 6.. De vastgestelde aflossing uit het vierde en vijfde lid geldt als een betalingsverplichting. 7.. Voor debiteuren, waarvan de uitkering wordt beëindigd, wegens het volgen van ’s Rijks kas bekostigd onderwijs, wordt afgezien van invordering gedurende de duur van de opleiding. 8.. Het zevende lid is niet van toepassing op invorderingen van terugvorderingen wegens schending van de inlichtingenplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel