Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 9.

Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij debiteuren die geen recht (meer) hebben op een uitkering.

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Veendam 2024

1.. De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gedurende 12 maanden na de verzenddatum van dit besluit tot beëindiging of intrekking, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks al afloste tijdens de uitkeringsperiode. 2.. Na afloop van de in lid 1 genoemde termijn, wordt bij alle vorderingen van de debiteur de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 8. Het college kan het bedrag lager vaststellen als sprake is van bijzondere omstandigheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel