Gegund wordt op basis van de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI).
De Aanbestedingswet kent 3 gunningscriteria: Beste prijs-kwaliteit (BPKV), de laagste prijs en de laagste (levenscyclus)kosten. EMVI is de overkoepelende term geworden voor de 3 gunningscriteria. Het toepassen van het gunningscriterium beste prijs-kwaliteitverhouding (BPKV) heeft de voorkeur omdat dit een middel kan zijn om een hogere kwaliteit van overheidsopdrachten te verkrijgen. Het gunningscriterium laagste (levenscyclus)kosten kan in voorkomende gevallen een alternatief zijn. Slechts indien dit op basis van objectieve gronden schriftelijk wordt gemotiveerd, kan op de laagste prijs worden gegund.
Motiveringen voor het gebruik van de laagste prijs als gunningscriterium kunnen zijn:
Detailniveau van de opdracht
Dit argument wordt vooral gebruikt bij RAW (Rationalisatie en Automatisering Grond-, Water- en Wegenbouw) bestekken, maar ook in andere sectoren wordt dit argument soms gekoppeld aan het strategisch belang van de opdracht of dat gebruikers/bewoners betrokken waren bij de invulling van de opdracht.
Geen of beperkte meerwaarde van BPKV
Vaak is dit argument indirect verwoord als 'opdrachtgever heeft geen criteria kunnen vaststellen die meerwaarde opleveren' of 'potentiële meerwaarde weegt niet op tegen meerkosten BPKV'.
Disproportionaliteit
Deze argumenten betreffen de hoge transactiekosten, administratieve lastenverzwaring of het achterstellen van MKB.
Commodity
Bij routinematige, niet complexe werkzaamheden of homogene handelsproducten is gunnen op laagste prijs gangbaar en BPKV zou ook weinig meerwaarde opleveren.
Kwaliteit geborgd door geschiktheidseisen, selectiecriteria of knock-outcriteria
Strenge eisen leiden reeds tot een select aantal inschrijvers of inschrijvingen zonder grote verschillen.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
ECONOMISCH MEEST VOORDELIGE INSCHIJVING
Onderdeel van Nota inkoop- en aanbestedingsbeleid 2024