Deze verordening wordt aangehaald als de Handhavingsverordening WWB en WIJ.
TOELICHTING HANDHAVINGSVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND EN WET INVESTEREN IN JONGEREN
Algemeen
Ingevolge artikel 8a Wet werk en bijstand (WWB) en artikel 12 Wet investeren in jongeren (WIJ) is de gemeente verplicht in het kader van het financiële beheer regels vast te stellen ter bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Deze verordening is vernieuwd naar aanleiding van de invoering van de WIJ. Er is voor gekozen een gecombineerde handhavingsverordening WWB en WIJ op te stellen, omdat gelet op de grote verwantschap tussen beide wetten, het beleidskader over misbruik en oneigenlijk gebruik ook toepasbaar is op de uitvoering van de WIJ.
De gemeente heeft met de invoering van de WWB de bevoegdheid gekregen om haar eigen regels te bepalen omtrent handhaving. Ook in de WIJ wordt dit aan de gemeente zelf overgelaten.
De raad stelt op hoofdlijnen het beleid rond handhaving vast door middel van de Handhavingsverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren en geeft daarmee tevens de gelegenheid om nadere invulling te geven aan de verordening in de vorm van beleidsregels.
Toelichting per hoofdstuk
In Hoofdstuk 1 worden de in deze verordening gehanteerde begrippen verklaard.
Hoofdstuk 2 gaat over fraudepreventie en controle. Ingevolge de methodiek van Hoogwaardige Handhaving is sprake van een accentverschuiving in de toepassing van de controle instrumenten die de gemeente ter beschikking staan. In plaats van een intensieve controle aan het eind van het traject (dus als de schade al is aangericht) richt deze zich steeds meer op de voorkant van het proces; het moment dat om bijstand wordt verzocht.
Voorlichting, een heldere uiteenzetting van de rechten en plichten aan de potentiële klant, waar mogelijk een passend aanbod voor werk en een goede controle op de aanvraag voorkomt dat klanten ten onrechte bijstand ontvangen (acties: intensiveren van de poortwachtersfunctie en toepassen nieuwe methodieken om de instroom van nieuwe klanten te beperken). Met deze werkwijze wordt een positieve bijdrage geleverd aan het financieel beheer van het Inkomensbudget van de WWB.
In het beleidskader Hoogwaardige Handhaving is kenbaar gemaakt op welke wijze de afdeling Werk, inkomen en maatschappelijke ondersteuning invulling geeft aan de controle vóór, tijdens en bij beëindiging van de bijstand.
Hoofdstuk 3 regelt onder andere dat de gemeente de ten onrechte verstrekte bijstand terugvordert. Eén en ander conform de wettelijk regels omtrent terugvordering (artikel 58, 59 en 60 WWB en artikel 54, 55 en 56 WIJ). Een actief terugvorderingbeleid in combinatie met de op te leggen maatregel geeft de boodschap af dat misbruik en/of oneigenlijk gebruik niet getolereerd worden (zie uitgangspunt Kadernota). De afstemming van de bijstand - de verlaging van de uitkering gedurende een bepaalde periode - is geregeld in de Maatregelenverordening WWB en de Maatregelverordening WIJ.
Met een actief terugvorderings-/incassobeleid wordt voorts beoogd sturing te geven aan een verantwoorde besteding van het inkomensbudget van de WWB en de WIJ.
Naast het gemeentelijk beleid zullen in het kader van terugvordering andere wettelijke regelingen leidend zijn. Hierbij moet men bijvoorbeeld denken aan verjaringstermijnen voortvloeiend uit het Burgerlijk Wetboek en de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en de Richtlijn sociale zekerheidsfraude. In laatst genoemde richtlijn wordt bepaald dat naast het gemeentelijke traject (herziening van het recht op bijstand en terugvordering) ook aangifte moet worden gedaan bij het Openbaar Ministerie.
Hoofdstuk 4 verhaalt over de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over het onderwerp handhaving (zie ook Beleidskader Hoogwaardige Handhaving). In het jaarlijkse verantwoordingsverslag WWB wordt de raad geïnformeerd over de resultaten en opbrengsten van handhaving, maatregelenbeleid, terugvordering en verhaal.
De slotbepalingen opgenomen in Hoofdstuk 5 spreken voor zich, met dien verstande dat gelet op grond van artikel 8 van de Tijdelijke referendumwet deze verordening referendabel is. De datum van de inwerkingtreding van deze verordening moet daarom, met in acht neming van artikel 22 Tijdelijke referendumwet, tenminste 6 weken na datum publicatie gesteld worden.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 9.
Citeertitel
Onderdeel van Handhavingsverordening Wet Werk en bijstand en Wet investeren in jongeren