Het college kan besluiten tot het instellen van één of meer subsidie- of budgetplafonds voor de verschillende voorzieningen.
Het college kan een plafond instellen voor het aantal belanghebbenden dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.
Een door het college in het eerste en tweede lid ingesteld plafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening.