1.
In het beleidsplan, als bedoeld in artikel 3, wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden, alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
2.
Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, aan de voorziening nadere verplichtingen verbinden.
3.
Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 10 tot en met 14 nadere regels stellen. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
•
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
•
de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
•
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling;
•
de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies;
•
de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
•
het vragen van een eigen bijdrage;
•
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
4
Het college kan een voorziening beëindigen indien:
a.
de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 van deze verordening niet nakomt;
b.
de belanghebbende die aan een voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
c.
de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
d.
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling van de belanghebbende.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reïntegratieverordening WWB