Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagen en verlagingenverordening Wet werk en bijstand 2007

1. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm [vanaf 1 januari 2012 ‘gezinsnorm’] voor de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben; 3. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:. 1. kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar met een inkomen tot maximaal 50% van de gehuwdennorm [vanaf 1 januari 2012 ‘gezinsnorm’]; 2. meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; 3. meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; - verzorgingsbehoevenden die door de belanghebbende worden verzorgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel