Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen(IOAZ) de Wet Inburgering 2021, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: norm: de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet, of de grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW/IOAZ ,voor zover er sprake is van een voorziening op grond van de IOAZ/IOAW; uitkering: uitkering voor levensonderhoud ingevolge de Participatiewet, met inbegrip van de toegekende bijzondere bijstand voor levensonderhoud overeenkomstig artikel 12 en 13, derde lid van die Wet. Voorziening: uitkering ingevolge de IOAW/IOAZ Medewerkersverplichting: de verplichting als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Participatiewet, artikel 13, tweede lid van de IOAW/IOAZ Afstemmen: het verlagen van de norm als bedoeld in de artikelen 9a, twaalfde lid en 18 van de Participatiewet, de artikelen 20 en 38, twaalfde lid van de IOAW/IOAZ PIP: het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie, bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021 MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel