**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet wordt afgestemd op de periode die de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer een beroep op bijstand moet doen.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
25% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een periode korter dan drie maanden;
25% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een periode van drie tot zes maanden;
25% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden bij een periode van zes maanden of langer.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de maatregel bij onverantwoord besteden van vermogen: 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, gevolgd door 50% van de bijstandsnorm gedurende de overige maanden. Het totaal aantal maanden is gelijk aan het aantal maanden dat belanghebbende geen beroep had hoeven doen op bijstand als hij zijn vermogen wel verantwoord had besteed, uitgaande van een besteding van 1,5 maal de bijstandsnorm.
**4..** In afwijking van de voorgaande leden kan de bijzondere bijstand geheel of gedeeltelijk worden verlaagd, indien het beroep op bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Hoofdstuk 4.
Artikel 11.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Ameland 2024