**1..** Het college ziet af van het toepassen van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
de gedraging meer dan twaalf maanden voor de constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden en de beschikking voor het opleggen van de maatregel niet binnen zes maanden na constatering is verstuurd.
**2..** Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. De schriftelijke mededeling bevat in ieder geval de reden(en) waarom een verlaging zou worden toegepast, en de dringende reden(en) op grond waarvan het college afziet van de verlaging.
**4..** Van een verlaging wegens een gedraging van de eerste categorie, bedoeld in artikel 8 van deze verordening kan worden afgezien en kan worden volstaan van het geven van een schriftelijke waarschuwing terzake van de verwijtbare gedraging, tenzij het niet nakomen van deze verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaren, te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing voor die gedraging is gegeven.
**5..** Het college stemt de maatregel af op mate van verwijtbaarheid, ernst van gedragingen en de omstandigheden van de belanghebbende.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Afzien van het verlagen van de norm
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Ameland 2024