Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 7.

Gedragingen Participatiewet/IOAW/IOAZ

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Ameland 2024

Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en artikel 17, tweede lid van de Participatiewet, of 13, tweede lid, 37en 38 IOAW en 20, eerste lid onder a en b IOAW/IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen worden onderscheiden in de volgende categorieën: eerste categorie: het zich niet (tijdig) laten registreren als werkzoekende of het niet tijdig laten verlengen van de registratie bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV); tweede categorie: het niet of niet voldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; het onvoldoende nakomen van de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende, jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet; het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de Participatiewet dan wel artikel 37, eerste lid IOAW en IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de Participatiewet, dan wel artikel 38, eerste lid IOAW en IOAZ; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden e naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c van de Participatiewet dan wel artikel 37, eerste lid onder f IOAW/IOAZ; derde categorie: het tijdens de zoektijd van 4 weken als bedoeld in artikel 41, vierde lid van de Participatiewet niet naar vermogen solliciteren en/of zoeken naar mogelijkheden binnen het ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs; het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet; het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in 37 lid 1 onder a IOAW/IOAZ; het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in 37 lid 2 onder IOAW/IOAZ; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a of b van de IOAW of artikel 20, tweede lid, onderdeel a of b van de IOAZ; overige gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren voor de IOAW/IOAZ-gerechtigde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel