Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en artikel 17, tweede lid van de Participatiewet, of 13, tweede lid, 37en 38 IOAW en 20, eerste lid onder a en b IOAW/IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen worden onderscheiden in de volgende categorieën:

  • - eerste categorie:
    • - het zich niet (tijdig) laten registreren als werkzoekende of het niet tijdig laten verlengen van de registratie bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV);
  • - tweede categorie:
  • - derde categorie:
    • - het tijdens de zoektijd van 4 weken als bedoeld in artikel 41, vierde lid van de Participatiewet niet naar vermogen solliciteren en/of zoeken naar mogelijkheden binnen het ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs;
    • - het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet;
    • - het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in 37 lid 1 onder a IOAW/IOAZ;
    • - het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in 37 lid 2 onder IOAW/IOAZ;
    • - het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a of b van de IOAW of artikel 20, tweede lid, onderdeel a of b van de IOAZ;
    • - overige gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren voor de IOAW/IOAZ-gerechtigde.