Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet niet (tijdig) of niet voldoende of te laat nakomt, dan verlaagt het college de norm met 100% voor de duur van:
één maand bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdelen b, f en g van de Participatiewet;
twee maanden bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdelen a, c, d, e en h van de Participatiewet.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.
Duur van de verlaging bij schending van de geüniformeerde arbeidsverplichting
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Ameland 2024