Indien de burgemeester een hond hinderlijk acht, maakt hij dat aan de eigenaar of houder van de hond bekend en legt hij aan de eigenaar of houder van de hond een waarschuwing op voor de wijze van houden van de hond.
De waarschuwing geldt zolang de hond in leven is en zal bij een herhaling van een bijtincident binnen een periode van 2 jaar, leiden tot het gevaarlijk verklaren van de hond.
De burgemeester kan naast de waarschuwing een aanlijngebod opleggen of een andere passende maatregel voor het houden van de hond gedurende een periode van tenminste 2 jaren.
De eigenaar/houder van de hond kan worden gevraagd maatregelen te treffen om incidenten te voorkomen. Hierbij valt te denken aan een goede afscheiding tussen openbaar terrein en privégebied of een waarschuwingsbord plaatsen bij het perceel.