Naar hoofdinhoud
1.. Onder de aangewezen categorieën van gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a, lid b. onder 1, worden verstaan: Het geheel oprichten van één of meerdere gebouwen voor 10 of meer woningen; Het overschrijden van de toegestane bouwhoogte met meer dan 3 meter waarbij sprake is van meer dan één bouwlaag. Het oprichten of uitbreiden van bouwwerken, geen gebouw zijnde, vanaf een hoogte van minimaal 15 meter; het oprichten en/of gebruiken van een of meerdere hoofdgebouwen en eventuele bijbehorende bouwwerken, anders dan voor wonen, op één locatie en met een brutovloeroppervlakte (op basis van NEN 2580) van meer dan 500 m2; het uitbreiden van een bestaand gebouw, waarbij de bestaande bruto-vloeroppervlakte (op basis van NEN 2580) met minimaal 50% of met minimaal 500 m2 wordt uitgebreid; Het wijzigen van het gebruik van bestaande opstallen van meer dan 500 m2; het wijzigen van het gebruik van onbebouwde grond van meer dan 500 m2 ten behoeve van het bouwen. 2.. Bij de aantallen en de maten als genoemd in het eerste lid, met uitzondering van sub c, gaat het om de aantallen en maten van het (gedeelte van het) project dat in strijd is met het omgevingsplan. Bij de berekening hoeven niet de aantallen en maten die wel passen binnen het omgevingsplan te worden betrokken. 3.. Voor gevallen als genoemd in het eerste lid, sub d, e en f die zijn gelegen op het bedrijventerrein Waarderpolder, wordt in afwijking van de in deze subleden genoemde maten van het (gedeelte van het) project dat in strijd is met het omgevingsplan uitgegaan van 2.500 m2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel