De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige
als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt
aan dezelfde overtreding.
De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500 indien de
inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige
als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt
aan dezelfde overtreding.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 750,- indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het
inburgeringsexamen heeft behaald.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000,- indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het
inburgeringsexamen heeft behaald.
Hoofdstuk 4.
Artikel 10
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening Wet inburgering