Een uitstalling mag uitsluitend geplaatst worden voor het eigen pand, zodanig dat (voetgangers-)verkeer geen hinder ondervindt;
Een doorgang van 1.50 meter breed voor het publiek dient gewaarborgd te zijn;
Ten behoeve van de hulpdiensten dient er een doorgang van 3.50 meter breed gewaarborgd te zijn;
Door de uitstalling mag de toegang tot belendende percelen niet worden ontnomen of belemmerd;
Uitstallingen mogen niet in bochten worden geplaatst en uit- en opritten dienen vrij te worden gehouden;
De uitstallingen mogen in een vlak geplaatst worden dat overeenkomt met maximaal de breedte van het bijbehorende pand en maximaal 2 meter diep is. Dit vlak kan gesitueerd worden vanuit de gevel of in één lijn met het aanwezige straatmeubilair zoals fietsrekken, lichtmasten, bankjes etc. Per zijde van een straat of plein moet gekozen worden voor de opstelling vanuit de gevel of in één lijn met het aanwezige straatmeubilair, zodanig dat een ononderbroken wandelpad van 1.50 meter breedte ontstaat.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Locatie
Onderdeel van Gemeente Voorst - Beleidsregels voorwerpen op of aan de weg