Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking
voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een
onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een
inkomen dat niet hoger is 105 % van de voor hem geldende
bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als
bedoeld in artikel 34 van de wet.
Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan
wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het
recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13,
eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht
op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking
voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als
alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.