**1..** De medewerking van pgb-aanbieders, cliënten, derden en onderaannemers aan de uitoefening van de bevoegdheden van de toezichthouder wordt door de toezichthouder verzocht door middel van een vordering.
**2..** Een vordering als bedoeld in het eerste lid, bevat een redelijke termijn om daaraan te voldoen. Deze termijn wordt in beginsel gesteld op veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de vordering. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan een kortere of langere termijn worden gesteld. Bij het bepalen van de termijn wordt in ieder geval rekening gehouden met de aard en omvang van de gevorderde gegevens en met het gewicht van de belangen die met het toezicht zijn gediend. Redenen voor een kortere termijn kunnen in ieder geval zijn dat het toezicht (mede) verband houdt met een calamiteit respectievelijk er aanwijzingen bestaan dat de veiligheid van cliënten in het gedrang is of zou kunnen komen of er aanwijzingen bestaan voor fraude. Reden voor een langere termijn kan in ieder geval zijn dat de aard en omvang van de vordering zodanig is dat daaraan redelijkerwijs niet binnen veertien dagen kan worden voldaan.
**3..** De toezichthouder richt een vordering in beginsel aan degene tot wie de voorschriften zijn gericht waarop het toezicht betrekking heeft. Indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor het uit te oefenen toezicht kan een vordering echter ook of uitsluitend worden gericht aan cliënten, onderaannemers of derden.
**4..** Een vordering wordt als de pgb-aanbieder, onderaannemer of derde een rechtspersoon is in ieder geval tevens gericht aan de bestuurder(s) van die rechtspersoon indien door deze rechtspersoon de afgelopen 12 maanden niet, niet tijdig of niet volledig is voldaan aan een vordering van de toezichthouder.
Artikel 3
Het doen van vorderingen
Onderdeel van Beleidsregels bestuursrechtelijke handhaving medewerkingsplicht toezicht Wmo 2015 gemeente Tilburg