De volgende bevoegdheden worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders:
Het vaststellen van delen van het omgevingsplan voor zover het gaat om:
Het verwerken van onherroepelijke omgevingsvergunningen;
Het verwerken van wijzigingen van juridisch-technische aard;
Het verwerken van wijzigingen die noodzakelijk zijn als gevolg van hogere wet- of regelgeving;
Het wijzigen van de plaats en richting van werkingsgebieden met maximaal 5 meter.
Het nemen van een voorbereidingsbesluit.