Bij een afdeling berusten de in het inrichtingsbesluit opgenomen ambtelijke taken op één of meer toegewezen terreinen van gemeentelijke zorg. De genoemde terreinen omvatten ten minste de primaire processen en de toepassing van het PIJCOFAH-beleid. Een afdelingshoofd heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het dagelijks beheer, waaronder:
het realiseren van de door het bestuur gestelde doelen binnen de daarvoor gestelde kaders waaronder inrichting van processen, interne controle en beheersing van risico’s;
de totstandkoming van de vereiste coördinatie, afstemming en overleg met belanghebbenden binnen en buiten de afdeling;
het afleggen van verantwoording aan de directie en aan het college over de verrichte activiteiten;
de periodieke evaluatie van de activiteiten;
inschakeling van andere organisatieonderdelen in afdeling overstijgende processen en;
afstemming met en terugkoppeling op verantwoordelijke bestuursorganen en bestuurders.
In een afdeling worden primaire processen, gericht op de levering van gemeentelijke producten en diensten aan de samenleving bijeengebracht op basis van samenhang en herkenbaarheid voor de burger. De verantwoordelijkheid voor en zeggenschap over de voor het productieproces benodigde mensen, middelen en methodes maakt binnen de door de directie vastgestelde kaders van deze samenhangende taakopdracht een onvervreemdbaar onderdeel uit.
PIJCOFAH-beleid
Het PIJCOFAH-beleid omvat kaderstelling ten aanzien van de bedrijfsvoering en ondersteuning van andere afdelingen.
Voor ieder afzonderlijk aandachtsgebied binnen de bedrijfsvoering is de afdeling onder wiens zorg die werkzaamheden worden uitgevoerd, verantwoordelijk voor:
het ontwikkelen van kader stellend beleid met betrekking tot de bedrijfsvoering;
signalering van ontwikkelingen in de omgeving van de organisatie en van de daaraan verbonden noodzaak tot aanpassing van de organisatiestrategie;
het voeren van procesregie op strategische integrale ontwikkelingen vanuit bedrijfsvoering optiek;
directe ondersteuning van bestuurlijke processen, van bestuursorganen en van individuele bestuurders.
De onafhankelijke toetsing vindt plaats door de concerncontroller en de functionaris Gegevensbescherming.
De algemeen directeur benoemt, schorst en ontlaat de afdelingshoofden op voordracht van de directie.
Artikel 5