Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 12.

Jobcoaching

Onderdeel van Verordening Participatiewet 2024

1.. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching ambtshalve of op aanvraag in natura aanbieden of op aanvraag een subsidie toekennen aan de werkgever voor een interne of externe jobcoach. 2.. Jobcoaching in natura wordt aangeboden door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van de gemeente of werkzaam bij een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. 3.. Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf in dienst of gecontracteerd heeft biedt het college deze bij voorrang aan. 4.. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan worden verleend als: de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken wordt geborgd door middel van een coachingsplan; de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en de persoon voor wie de subsidie wordt aangevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 5.. In geval van subsidieverlening op grond van het vierde lid hanteert het college voor jobcoaching een maximumtarief per uur dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. 6.. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de kwaliteitseisen en voorwaarden zoals vermeld in het programma van eisen, onderdeel van de toelatingsprocedure (Open House) voor Externe Jobcoachvoorzieningen in de arbeidsmarktregio Foodvalley. 7.. De in te zetten jobcoaching wordt door het college bepaald op basis van de specifieke werk- en persoonlijke omstandigheden, resulterend in vaststelling door het college van het noodzakelijke zwaarteregime en de te verwachten duur van de inzet van de coaching. 8.. Het college kan van de in het zevende lid bedoelde zwaarteregime afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 9.. De ondersteuning als bedoeld in het eerste lid kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals in het kader van een werkstage, proefplaats of scholingstraject.

Rechtspraak bij dit artikel