Op basis van artikel 4.2 lid 10 uit de verordening
Een jeugdige kan maar 1 besluit voor specialistische jeugdhulp hebben. Behalve als een besluit gaat over de inzet van dyslexiezorg. Dan kan een jeugdige daarnaast een tweede besluit hebben.
In het besluit om specialistische jeugdhulp toe te kennen staan minimaal de volgende punten:
Het college kent een individuele voorziening toe in natura of via een persoonsgebonden budget (pgb).
De individuele voorziening is gericht op de hulpvragen en/of gewenste resultaten in het ondersteuningsplan. In het besluit staat om welke hulpvragen en/of gewenste resultaten het gaat.
Extra informatie als het gaat om een pgb:
de hoogte van het pgb
de manier waarop het pgb berekend is
de eisen aan de kwaliteit waarvoor het pgb gebruikt wordt
de manier waarop de budgethouder achteraf uitlegt hoe hij of zij het pgb gebruikt heeft
In het besluit staat hoe lang het besluit geldig is:
Bij een individuele voorziening in natura is het besluit geldig totdat de aanbieder de jeugdhulp heeft gestopt. De aanbieder laat dit aan het college weten. Tot dat moment is het besluit geldig.
Bij een pgb staat in het besluit hoe lang het besluit geldig is. Dat ligt vast in het besluit.
Het moment waarop het besluit wordt genomen, hangt af van de situatie:
Als het Sociaal Wijkteam en de jeugdige en/of de ouders het eens zijn over de inzet van specialistische jeugdhulp: direct nadat beide partijen een handtekening hebben gezet op het ondersteuningsplan.
Als het Sociaal Wijkteam en de jeugdige en/of de ouders het niet eens zijn over de inzet van specialistische jeugdhulp: binnen 5 werkdagen nadat het Sociaal Wijkteam het ondersteuningsplan met de handtekening van de jeugdige en/of de ouders heeft ontvangen. Er volgt dan een besluit om de individuele voorziening niet toe te kennen (een weigeringsbesluit).
Binnen 3 werkdagen na het verzoek om zorgtoewijzing van een aanbieder in deze situaties:
Er is geen gesprek en ondersteuningsplan nodig. Het gaat om een situatie uit artikel 4.1 lid 2 van de verordening.
Een aanbieder doet een verzoek om zorgtoewijzing. Dit gaat om dyslexiezorg (artikel 4.4 lid 2 van de verordening).
Een landelijke jeugdhulpaanbieder doet een verzoek om zorgtoewijzing (artikel 4.5 lid 1c van de verordening).
Het college stuurt niet altijd een beschikking op over het besluit. De jeugdige en/of de ouders krijgen wel een beschikking in deze situaties:
Het college kent geen individuele voorziening toe.
De jeugdige en/of de ouders krijgen een pgb.
De jeugdige en/of de ouders vragen om een beschikking.