Het concreet benoemen wanneer sprake is van slecht ‘levensgedrag’ op dusdanige wijze dat dit van invloed is op de betreffende vergunning of activiteit is niet te benoemen. Vanwege de diversiteit in (strafbare) feiten en gedragingen die hierin een rol kunnen spelen, zijn geen standaardcriteria op te stellen. In het algemeen zal één gedraging, zoals bedoeld in artikel 2:3, niet leiden tot het oordeel ‘slecht levensgedrag’. Alleen als het gaat om een feit dat niet-gering c.q. ernstig is, kan één gedraging al voldoende zijn om slecht levensgedrag aan te nemen. In andere gevallen moet sprake zijn van meerdere gedragingen die op zichzelf staand onvoldoende zijn, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot de conclusie dat sprake is van slecht levensgedrag (Raad van State 18 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3182). Dit vraagt om maatwerk bij iedere beoordeling.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:4
Weging gedragingen
Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Kaag en Braassem 2024