Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Voorwaarden subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Subsidieregeling lokale aanpak isolatie Cranendonck

1.. De subsidiabele activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 1.6 dienen te voldoen aan de volgende minimale isolatiewaarden en oppervlaktes om in aanmerking te komen voor een subsidie-uitkering. Deze voorwaarden zijn in lijn met de nationale investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE): spouwmuurisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 1,1 (m2K/W) en een oppervlakte van minimaal 10m2 te bedragen; gevelisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) en een oppervlakte van minimaal 10m2 te bedragen; vloerisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) en een oppervlakte van minimaal 20m2 te bedragen; bodemisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) en een oppervlakte van minimaal 20m2 te bedragen; dakisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) en een oppervlakte van minimaal 20m2 te bedragen; zolder/vliering-isolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) en een oppervlakte van minimaal 20m2 te bedragen; glas en/of kozijnpanelen dienen minimaal een isolatiewaarde met een U-waarde ≤ 1,2 (W/m2K) en een oppervlakte van minimaal 8m2 te bedragen (eventueel in combinatie met isolerende deuren); isolerende deuren dienen minimaal een isolatiewaarde met een U-waarde ≤ 1,5 (W/m2K/) en een oppervlakte van minimaal 8 m2 te bedragen in combinatie met glas en/of kozijnpanelen; 2. . De subsidiabele activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 1.6 zijn alleen subsidiabel als de isolatiemaatregel wordt aangebracht op een slecht geïsoleerd bouwdeel van de woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel