1. De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juni verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde:
a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid,
van de wet;
b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.