Omgevingswet
De Omgevingswet bundelt 26 wetten en regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. De Omgevingswet beoogt vereenvoudiging. Hiervoor is er vereenvoudiging van regelgeving en wordt er gewerkt met één digitaal loket, Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
De vereenvoudiging die de Omgevingswet beoogt heeft ook doorwerking in VTH. Enkele aspecten uit de Omgevingswet die van invloed zijn op dit VTH-beleid:
Onder de Omgevingswet worden normeringen niet alleen meer landelijk bepaald, maar is er in de gemeentelijke omgevingsplannen ook ruimte om normeringen op te nemen.
Onder de Omgevingswet wordt uitgegaan van Milieubelastende activiteiten (MBA’s) in plaats van inrichtingen.
Onder de Omgevingswet zijn de beslistermijnen in de meeste gevallen sterk verkort.
Onder de Omgevingswet vinden er verschuivingen plaats in het bevoegd gezag voor MBA’s.
Nationaal Milieubeleidskader
Op landelijk niveau is er een nationaal milieubeleidskader vastgesteld wat verder wordt uitgewerkt in het Nationaal Milieuprogramma (NMP). Het NMP kan gevolgen hebben voor de milieu gerelateerde VTH taken die worden uitgevoerd door de OD.
Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP).
Op 4 maart 2021 presenteerde de commissie Van Aartsen haar rapport “Om de leefomgeving,” waarin het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) werd geanalyseerd. De commissie Van Aartsen deed aanbevelingen om het VTH-stelsel te verbeteren.
Om deze aanbevelingen uit te voeren is in 2023 een interbestuurlijk programma genaamd ‘versterking VTH-stelsel’ gelanceerd, met zes pijlers:
Robuuste omgevingsdiensten en financiering
Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging
Informatievoorziening VTH
Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt
Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving
Monitoring kwaliteit milieutoezicht
In 2024 wordt er verder gewerkt aan de uitwerking van de zes pijlers, waarna eind 2024 een einde komt aan de looptijd van het programma. De uitwerking van dit programma kan in de toekomst ook gevolgen hebben voor het regionale VTH-stelsel in IJsselland.
LHSO (Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet)
Met de komst van de Omgevingswet is ook de Landelijke Handhavingsstrategie LHO) vernieuwd. Het is nu de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO). In de kern is de strategie inhoudelijke hetzelfde en sluit aan bij de Omgevingswet. De terminologie is geactualiseerd en de bestuurlijke boete toegevoegd. Verder is de relatie tussen bestuursrecht en strafrecht (nog) beter beschreven en geborgd. In hoofdstuk 7.5 ‘Sanctiestrategie’ wordt verder ingegaan op de LHSO.
Participatie
De omgeving vroeg bij een project betrekken vergroot het draagvlak en voorkomt vaak bezwaren in een later stadium. Daarom is het voor een initiatiefnemer vaak verstandig om aan participatie te doen. Participatie betekent: meningen inwinnen over het voorgenomen initiatief. In de Omgevingsregeling (artikel 7.4) staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven:
of de aanvrager aan participatie heeft gedaan
zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn
Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. Participatie door de initiatiefnemer bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning is vrijwillig. Het antwoord op de eerste vraag hierboven mag dus ook ‘nee’ zijn. Het bevoegd gezag mag niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen (buiten behandeling laten) of weigeren de vergunning te verlenen, omdat er geen participatie is geweest.
Omwonenden worden assertiever
In bestaande situaties zien we dat inwoners die last ervaren van bedrijven in hun omgeving, vaker en uitdrukkelijker voor hun belangen opkomen. Zij verwachten meer van de overheid als beschermer van hun leefomgeving, waarbij de overheid beperkingen kent, zoals normering, bevoegdheidsverdeling over overheidsinstanties, te volgen procedures, etc. Omwonenden treden hierbij steeds vaker gezamenlijk op, daarbij gefaciliteerd door sociale media, en zijn minder afwachtend. Deze maatschappelijke trend vraagt van de deelnemers en OD ondermeer een duidelijke taakverdeling, pro-actief optreden en met regelmaat de verbinding zoeken met belanghebbenden.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf
Artikel 3.1