Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Oirschot 2024

1.. In dit artikel worden verstaan onder: duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen die bestemd zijn voor een duurzaam gebruik, zoals een computer/laptop, diepvries, internetaansluiting, koelkast, televisie, wasdroger, wasmachine, bed, matras en bankstel. overige inrichtingskosten: de kosten van inrichting, die geen betrekking hebben op duurzame gebruiksgoederen, zoals de kosten van behang, gordijnen, verf en vloerbedekking. klein appartement: een appartement met maximaal 2 slaapkamers of een tiny house. 2.. Het college verstrekt geen bijzondere bijstand voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten, omdat deze kosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. 3.. In afwijking van het tweede lid kan het college indien er sprake is van bijzondere omstandigheden bijzondere bijstand verstrekken voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten. Het niet kunnen reserveren als gevolg van schulden is geen bijzondere omstandigheid. 4.. Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt in de vorm van een lening verstrekt. Bijzondere bijstand voor overige inrichtingskosten wordt om niet verstrekt. 5.. De hoogte van de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt bepaald op een percentage van de actueel opgenomen bedragen in de Nibud-prijzengids in tabel 2.1A en 2.1B minus het bedrag voor stoffering. De Nibud tabel inventarispakket 2.1A wordt gehanteerd bij een alleenstaande en tabel 2.1B bij gehuwden. Het percentage van het totaalbedrag bedraagt maximaal 50% als er sprake is van zelfstandige bewoning van een woning. Het percentage van het totaalbedrag bedraagt maximaal 20% als er sprake is van kamerbewoning. Het percentage van het totaalbedrag bedraagt maximaal 40% als er sprake is van een klein appartement. Voor zover de tabellen er niet in voorzien, wordt daarbovenop voor elk extra ten laste komend kind maximaal € 600,- extra gerekend. Dit bedrag geldt ook voor inwonende meerderjarige kinderen. 6.. De hoogte van de bijzondere bijstand voor overige inrichtingskosten wordt bepaald op maximaal 100% van het actueel opgenomen bedrag voor stoffering in de Nibud-prijzengids in tabel 2.1A en 2.1B als er sprake is van zelfstandige bewoning van een woning, maximaal 20% als er sprake is van kamerbewoning en maximaal 40% als er sprake is van een klein appartement. 7.. Bij het betrekken van een nieuwbouwwoning kan een hoger bedrag voor inrichtingskosten worden verstrekt van € 750,- voor de meerkosten die een casco nieuwbouwwoning oplevert. De bijdrage kan ook besteed worden aan een erfafscheiding. Op het aanvraagformulier wordt duidelijk gemaakt dat het een nieuwbouwwoning betreft. Deze bijdrage geldt niet voor een appartement of een tiny house. 8.. Bij het hanteren van deze Nibud-richtlijnen voor een inventarispakket wordt er rekening mee gehouden dat belanghebbende gebruik kan maken van een kringloopwinkel, actieprijzen en aanbiedingen van particulieren op advertentiesites. 9.. Het witgoed: wasmachine, koelkast, kookplaat en stofzuiger worden in beginsel nieuw aangeschaft. 10.. De hoogte van het maandelijkse aflossingsbedrag is gelijk aan 5% van de toepasselijke bijstandsnorm. 11.. De aflostermijn is 36 maanden, wanneer alle termijnen zijn voldaan wordt het restant van de lening kwijtgescholden. Het verlenen van uitstel/opschorten van een betalingsverplichting wordt niet aangemerkt als voldoen aan een termijn.

Rechtspraak bij dit artikel