**1..** Het college vordert de vorderingen op volgorde van boete, fraudevordering, overige vorderingen en geldlening in zolang de belanghebbende geen verzoek heeft gedaan op grond van artikel 4:92, lid 2, van de Awb. Bij vorderingen van gelijke strekking geldt als uitgangspunt, dat de oudste vordering als eerste wordt afgelost.
**2..** Van het gestelde in het vorige lid wordt afgeweken:
bij beslaglegging door een derde schuldeiser wegens wettelijk preferente vordering, dan wordt eerst de (fraude)vordering ingevorderd;
als brutering van de (fraude)vordering voorkomen kan worden door eerst de (fraude)vordering in te vorderen;
als het restant van de (fraude)vordering(en) in minder dan 6 maandelijkse termijnen vanaf de datum van boeteoplegging zal zijn voldaan.
HOOFDSTUK 3: › Paragraaf 3.1
Artikel 20
Volgorde van invordering
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2024