Het college ziet gedeeltelijk af van terugvordering, als het college een belangrijk aandeel heeft gehad in het ontstaan van de vordering. Het college beperkt de terugvordering tot:
75% van de vordering, als het aandeel van het college aan het ontstaan van de vordering kleiner is dan het aandeel van de inwoner;
50% van de vordering, als het aandeel van de gemeente aan het ontstaan van de vordering vergelijkbaar is met dat van de inwoner;
25% van de vordering, als het aandeel van het college aan het ontstaan van de vordering groter is dan het aandeel van de inwoner;
0% van de vordering, als het aandeel van het ontstaan van de vordering volledig te wijten is aan de gemeente.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 5
Het college heeft een aandeel in het ontstaan van de terugvordering
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2024