De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
zitting waarin de belanghebbenden in de gelegenheid worden
gesteld zich door de commissie te laten horen.
De voorzitter en ten minste één lid van de commissie zijn
aanwezig bij de zitting waarin de belanghebbenden in de
gelegenheid worden gesteld zich te laten horen.
Indien de voorzitter, op grond van artikel
7:3 Algemene wet bestuursrecht, besluit af te zien van
het horen, doet hij daarvan mededeling onder opgaaf
van redenen aan de belanghebbenden en de
leden van de commissie.
Hoofdstuk IX
Artikel 14.
Artikel 14.
Onderdeel van Regeling adviescommissie maatschappelijke voorziening Loon op Zand