Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 10

Beschikking

Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente Smallingerland 2024

1.. Voor alle maatwerkvoorzieningen wordt een beschikking afgegeven. 2.. Op de aanvraag voor een maatwerkvoorziening ontvangt de cliënt binnen 2 weken een beslissing van de gemeente, in de vorm van een beschikking. Indien deze termijn overschreden lijkt te worden, zal de cliënt schriftelijk, gemotiveerd geïnformeerd worden over de uiterste datum waarop de gemeente een besluit zal nemen. 3.. Indien er sprake is van meerdere maatwerkvoorzieningen en de aanvraag betreft een wijziging van één van de maatwerkvoorzieningen, dan volstaat een wijziging van de eerder uitgegeven beschikking voor dit onderdeel. 4.. Indien de cliënt geen medewerking heeft verleend aan een zorgvuldig onderzoek én er is gebleken dat zonder dit onderzoek de toegankelijkheid en passendheid van ondersteuning in de vorm van een maatwerkvoorziening niet is vast te stellen, kan de aanvraag voor een maatwerkvoorziening afgewezen worden. 5.. Een voorziening (ZIN en Pgb) wordt niet met terugwerkende kracht verstrekt. Dit kan alleen als het onderzoek of de aanvraagperiode langer duurt dan wettelijk voorgeschreven. Als op grond daarvan wordt gekozen voor een toewijzingsdatum in het verleden, kan deze nooit eerder zijn dan de meldingsdatum. 6.. De looptijd van de beschikking is variabel en afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek, de evaluatie en het heronderzoek. 7.. In de beschikking worden de rechten en plichten met betrekking tot de verstrekte voorziening, conform artikel 6 van de Verordening, vastgelegd. 8.. In de beschikking wordt de termijn van 3 maanden vastgelegd, waarbinnen de zorgaanbieder moet zijn gestart met de levering van de zorg dan wel de cliënt het Pgb moet besteden. 9.. In de beschikking wordt, indien van toepassing, informatie opgenomen over het trekkingsrecht bij een Pgb. 10.. Conform de Awb heeft de cliënt het recht tegen de beschikking in bezwaar te gaan. De wijze waarop de cliënt in bezwaar kan gaan wordt met de beschikking meegezonden. 11.. Indien een beschikking is afgegeven en het blijkt naderhand dat de geboden ondersteuning onvoldoende bijdraagt aan het te behalen resultaat, de geboden ondersteuning kwalitatief onvoldoende is of de geboden ondersteuning niet rechtmatig is, dan wel dat het resultaat, de kwaliteit en/of de rechtmatigheid niet goed is vast te stellen, kan dit aanleiding zijn voor een (herbeoordelings)onderzoek en/of een wijziging of het intrekken van de beschikking.

Rechtspraak bij dit artikel