Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Handhaving gevaarlijke hond/ernstige bijtincidenten

Onderdeel van Beleidsregel bijtincidenten honden gemeente Laarbeek 2024

1.. De burgemeester kan, wanneer deze een hond gevaarlijk acht, aan de eigenaar of houder van de hond een sanctie opleggen. Wanneer een hond gevaarlijk wordt geacht omdat sprake is van een ernstig bijtincident, dan kan de burgemeester een sanctie opleggen conform Tabel II. 2.. Indien de hond om een andere reden gevaarlijk wordt geacht, kan de burgemeester aan de houder een sanctie opleggen die hij in de gegeven omstandigheden passend en noodzakelijk acht, hierbij wordt in beginsel aansluiting gezocht bij Tabel II. 3.. Indien op grond van tabel II een aanlijn- en muilkorfgebod dient te worden opgelegd en de burgemeester van oordeel is dat het opleggen van dit gebod niet toereikend is en door de aanwezigheid van de hond sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, kan de burgemeester gebruikmaken van zijn lichte bevelsbevoegdheid op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet en de hond tijdelijk in beslag nemen. 4.. In het geval sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, legt de burgemeester bij de terugkeer van de hond aan de eigenaar of houder hiervan alsnog een aanlijn- en muilkorfgebod op. Tabel II – Ernstige bijtincidenten Incident met een persoon Incident met een dier 1e incident aanlijn- en muilkorfgebod Aanlijn- en muilkorfgebod en registratie 2e incident Binnen 5 jaar Aanlijn- en muilkorfgebod en dwangsom (zie artikel 9 van deze beleidsregel) Aanlijn- en muilkorfgebod en dwangsom (zie artikel 9 van deze beleidsregel) 3e incident Binnen 5 jaar Aanlijn- en muilkorfgebod en bestuursdwang (zie artikel 7 van deze beleidsregel) Aanlijn- en muilkorfgebod en bestuursdwang (zie artikel 7 van deze beleidsregel)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel