De bestuurscommissie bestaat uit 9 leden, waarvan:
3 leden namens de raad;
3 leden namens de oudergeleding van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad van de scholen;
2 leden namens de personeelsgeleding van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad van de scholen;
1 lid namens de Vereniging voor Openbaar Onderwijs.
Om tot lid van de bestuurscommissie te kunnen worden benoemd, dient de kandidaat karakter en doelstellingen van het openbaar onderwijs, bedoeld in artikel 2, te onderschrijven.
Tot lid van de bestuurscommissie kunnen niet worden benoemd:
leden van de raad, leden van het college, de burgemeester, personeelsleden van de scholen en leden van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsra(a)d(en);
die kandidaten waarvan een benoeming tot lid van de bestuurscommissie onverenigbaarheid van belangen oplevert.
De leden van de bestuurscommissie worden door het college benoemd op voordracht van de in het eerste lid genoemde geledingen.
De in het vierde lid genoemde voordracht is bindend, indien bij de voordracht de leden twee en drie in acht zijn genomen.
De leden van de bestuurscommissie worden voor een periode van 4 jaar benoemd en kunnen ten hoogste 2 keer worden herbenoemd.
Bij de toepassing van het zesde lid houdt het college rekening met het door de bestuurscommissie op grond van de Verordening Bestuurscommissie Openbaar Primair Onderwijs vastgestelde zittingschema.
In het geval van een tussentijdse vacature voorziet het college ten spoedigste in de benoeming van een nieuw lid van de bestuurscommissie. Het vierde en het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Het lid dat ingevolge het achtste lid wordt benoemd, heeft zitting in de bestuurscommissie tot het moment waarop degene in wiens plaats hij is benoemd volgens het zittingsschema zou zijn afgetreden.
Artikel 6
Samenstelling en benoeming leden
Onderdeel van Verordening bestuurscommissie openbaar primair onderwijs