De aanvraag wordt ingediend via een door het college vastgesteld digitaal aanvraagformulier.
De aanvraag bevat, in afwijking van artikel 6, eerste lid van de Asv:
de naam van de houder van de voorschoolse voorziening, de naam van de locatie en het LRK-nummer, het aantal dagdelen peuteropvang en VE-peuteropvang per week met bijbehorende capaciteit;
een reële inschatting van het gemiddeld aantal bezette peuterplaatsen, uitgesplitst naar ouders van peuters die wel en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;
de gemiddelde ouderbijdrage per peuterplaats en VE-peuterplaats per jaar van ouders van peuters die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;
een reële inschatting van het gemiddeld aantal bezette VE-peuterplaatsen voor maximaal twee dagdelen per week, uitgesplitst naar ouders van peuters die wel en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;
een reële inschatting van het totaal aantal bezette VE-peuterplaatsen op 1 januari van het subsidiejaar.
Het college kan nadere gegevens opvragen indien dit nodig is voor de beoordeling van de aanvraag.