De subsidie voor het bezetten van een peuterplaats in de peuteropvang bedraagt per bezette peuterplaats voor peuters van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: het aantal afgenomen uren, met een maximum van 320 uur per jaar, maal het landelijk maximum uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage;
De subsidie voor het bezetten van een VE-peuterplaats door een doelgroeppeuter in de peuteropvang bedraagt:
per bezette VE-peuterplaats door een doelgroeppeuter van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: het daadwerkelijk aantal afgenomen uren, met een maximum van 640 uur per jaar, maal het landelijk maximum uurtarief. Minus de daadwerkelijk in rekening gebrachte ouderbijdrage over de helft van het aantal afgenomen uren per jaar;
per bezette VE-peuterplaats door een doelgroeppeuter van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: het daadwerkelijk aantal afgenomen uren, met een maximum van 320 uur per jaar, maal het landelijk maximum uurtarief. Ouders nemen naast deze uren tenminste een gelijk aantal uren per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen;
per bezette VE-peuterplaats door een doelgroeppeuter: een VE-jaarbedrag (€ 1.097 in 2026), waarbij het bedrag naar rato (in maanden) wordt verstrekt indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt;
per bezette VE-peuterplaats door een doelgroeppeuter, met als peildatum 1 januari van het subsidiejaar: een subsidie voor de inzet van de wettelijk verplichte pedagogisch beleidsmedewerker VE (€ 521 in 2026).
De subsidies als bedoeld in het tweede lid, onder c en d, worden jaarlijks geïndexeerd met de index die wordt gebruikt door het Rijk, tenzij er gegronde redenen voor het college zijn om hiervan af te wijken.