Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 17.

Hoogte bijdrage in de kosten

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Goirle 2024

1. Voor de algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen die niet genoemd worden in lid 2 tot en met lid 5 bedraagt de hoogte van de bijdrage per maand voor een of meerdere voorzieningen tezamen het maximale bedrag volgens het uitvoeringsbesluit. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen worden vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het Centraal Administratiekantoor volgens artikel 2.1.4 lid 6 van de wet. 2. De hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor collectief vervoer (Regiovervoer) is per rit gelijk aan het in het de regio voor het reguliere openbaar vervoer geldende basistarief plus het kilometertarief vermenigvuldigd met het aantal gereisde kilometers. 3. Voor het verstrekken van een Regiovervoerspas wordt eenmaal per vijf jaar een vergoeding op het niveau van de kosten van een OV-chipkaart in rekening gebracht door Regiovervoer Midden-Brabant. 4. Voor ritten als bedoeld in artikel 2 tijdens de ochtendspits tussen 07:00 en 09:00 uur, is het tarief per rit gelijk aan het vrije reizigerstarief van het Regiovervoer. 5. De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen worden vastgesteld volgens het uitvoeringsbesluit en worden geïnd door de centrumgemeente die gemandateerd is voor de uitvoering. 6. De hoogte van de bijdrage voor de algemene was-service bedraagt voor de in de beleidsregels huishoudelijke ondersteuning 2022 vastgestelde doelgroep, is een gereduceerd tarief per was op het niveau van de Nibud-norm voor waskosten, waaronder begrepen het gebruik van water, stroom, wasmiddel en de kosten van afschrijving en onderhoud van de wasmachine. Voor gebruikers die niet tot de vastgestelde doelgroep behoren is de bijdrage per was gelijk aan de kostprijs die de gemeente betaalt voor de voorziening. 7. De vergoeding voor het gebruik van ANWB AutoMaatje is bepaald op een vergoeding per kilometer en een opstaptarief, gelijk aan de vervoerskostenvergoeding voor vrijwilligers bij de welzijnsorganisatie. 8. De in lid 2, 3, 4, 6 en 7 bedoelde tarieven worden opgenomen in het besluit. 9. De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, woningaanpassing, de in lid 2, 3 en 4 genoemde maatwerkvoorziening voor vervoer of de in lid 6 en 7 genoemde algemene voorzieningen, overstijgt niet de kostprijs van de voorzieningen. 10. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt. 11. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb of financiële tegemoetkoming is gelijk aan de hoogte van het pgb of de financiële tegemoetkoming. 12. De kostprijs van een algemene voorziening is nooit hoger dan de kosten die het college voor de betreffende voorziening per cliënt maakt. 13. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende voorzieningen: a. De dienstverlening van het Dorpsteam; b. Gebruik van de hulpmiddelenpool ‘Deelmobiel’; c. Reisbegeleidingsproducten en -tools om zelfstandig te leren reizen met het openbaar vervoer; d. Ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding waarvoor een cliënt een verplichting is opgelegd op grond van de Participatiewet; e. Begeleiding in het kader van ambulante vrouwenhulpverlening. 14. In afwijking van de bepalingen in dit artikel kan een cliënt op grond van hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit geen bijdrage verschuldigd zijn. 15. Het college kan nadere regels stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel