1. Onder begeleiding bij zelfredzaamheid en participatie wordt verstaan:
a. Begeleiding, individueel en groepsgewijs, gericht op het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen van 18 jaar en ouder met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen;
b. Dagopvang gericht op stabiliteit en/of mantelzorgontlasting, voor personen waar de mogelijkheid tot activering niet meer aanwezig is;
c. Vervoer naar dagopvang;
d. Persoonlijke verzorging, wanneer de behoefte hieraan samenhangt met de behoefte aan begeleiding en niet valt onder de Zorgverzekeringswet;
e. Kortdurend verblijf voor respijtzorg ter ontlasting van de mantelzorger, die niet valt onder de Zorgverzekeringswet;
f. Ontwikkelgerichte arbeidsmatige dagbesteding voor zover deze niet valt onder artikel 10 van de Participatiewet;
2. Onder het wonen in een geschikt huis wordt verstaan:
a. Het normale gebruik van de woning waarover men beschikt, wat betekent het kunnen verrichten van de basis woonfuncties slapen, eten, persoonlijke verzorging, het doen van de belangrijkste huishoudelijke werkzaamheden. Dit geldt voor de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten en de doorgangsruimten tussen de genoemde vertrekken en toegang tot berging, tuin of balkon waarbij wordt uitgegaan van het niveau van de sociale woningbouw;
b. Als een verhuizing naar een geschikte woning de goedkoopst adequate oplossing is voor het bevorderen van de zelfredzaamheid op het gebied van wonen, wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt die duurder is dan een voorziening voor een verhuizing in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten;
c. Van verhuizen kan, onverminderd de bepalingen in het vorige lid, worden afgezien, als de noodzakelijke aanpassingskosten lager zijn dan de kosten van een verhuisvoorziening;
d. Bij de beoordeling of verhuizen kan leiden tot het bevorderen van de zelfredzaamheid op het gebied van wonen wordt in ieder geval rekening gehouden met de individuele omstandigheden, zoals:
• de aanwezigheid van essentiële mantelzorg in de buurt, voor zover die mantelzorg niet geleverd kan worden op grotere afstand;
• winkels en andere voorzieningen in de buurt die de zelfredzaamheid bevorderen;
• verhuizing moet binnen een medisch aanvaardbare termijn kunnen plaatsvinden;
• redelijkerwijs voorzienbare ontwikkelingen in de toekomst die van invloed kunnen zijn op de woonsituatie.
e. Een cliënt die kan verhuizen en in aanmerking komt voor een verhuisvoorziening, maar besluit niet te verhuizen en in eigen beheer zijn woning adequaat aanpast, kan voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komen die gelijk is aan de in lid 2 onder b genoemde verhuisvoorziening.
f. Onverminderd artikel 2.3.7 van de wet wordt een woningaanpassing niet uitgevoerd voordat de eigenaar van de woning de gelegenheid heeft gehad gehoord te worden over de voorgenomen aanpassing.
g. Voor een persoon die zijn hoofdverblijf heeft in een instelling kan één woning in de gemeente Goirle bezoekbaar gemaakt worden.
3. Onder een schoon en leefbaar huis wordt verstaan: het schoonhouden van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, en doorgangsruimten daartussen volgens een algemeen aanvaardbaar niveau, het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften, het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding en huishoudtextiel.
4. Onder voorzieningen voor het zich verplaatsen binnen de leefomgeving wordt verstaan: het in redelijke mate mensen kunnen ontmoeten, contacten kunnen onderhouden, boodschappen kunnen doen en aan maatschappelijke activiteiten kunnen deelnemen, per collectief vervoer of, als het gebruik van het collectief vervoer niet mogelijk is, per individueel vervoermiddel.
5. Het collectief vervoer gaat voor op de verstrekking van een individueel vervoermiddel, als en zolang dit naar het oordeel van het college passend is.
6. Het gebruik van de scootmobiel- en hulpmiddelenpool gaat voor op verstrekking van een individueel vervoermiddel, als en zolang dit naar het oordeel van het college passend is.
7. Bij een te verstrekken vervoersvoorziening of combinatie van vervoersvoorzieningen wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving tot 1.500 kilometer op jaarbasis. Onder de leefomgeving wordt een afstand van 15 tot 20 kilometer rond de woning verstaan.
8. Het college kan nadere regels stellen.
Hoofdstuk 3:
Artikel 9.
De reikwijdte van maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Goirle 2024