Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden voor briefadres

Onderdeel van Beleidsregel briefadres gemeente IJsselstein 2024

1.. De aangever moet in de situatie als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder b en d zijn werkelijke woonadres opgeven; 2.. De aangever moet in de situatie als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a, b, c en f eens per twee weken de post ophalen; 3.. De aangever moet contactgegevens opgeven waarop hij te bereiken is waaronder in ieder geval een telefoonnummer; 4.. De aangever als bedoeld in artikel 2 lid 1 sub a moet ingeschreven zijn als woningzoekende; 5.. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. Onder benodigde stukken als wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever; een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1. verklaringen van de hoofdbewoners van de adressen die opgegeven worden als tijdelijke verblijfplaatsen door de aangever. bij inschrijving op basis van artikel 2, lid 5 dient een verklaring van de werkgever betreffende inschrijving op het bedrijfsadres overlegd te worden of een bewijs van eigendom/huren van het betreffende bedrijfspand. 6.. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is. 7.. Als het briefadres is op grond van artikel 2, lid 1 onder a, f en artikel 2 lid 2 beoordeelt de klantadviseur Burgerzaken, een medewerker van het Sociaal Team en de Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) generalist gezamenlijk of er sprake is van een dergelijke situatie en of er hulpverlening nodig is om de zelfredzaamheid van aangever te bevorderen. 8.. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f en g, moet de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier. 9.. De briefadresgever kan maximaal aan één huishouden toestemming geven een briefadres te houden. 10.. Lid 5 en 9 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever de gemeente IJsselstein betreft of een door het college aangewezen rechtspersoon, als bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel