Het college kan een beschikking tot feitelijke
beschikbaarstelling of subsidievaststelling intrekken of ten
nadele van het schoolbestuur wijzigen:
op grond van feiten en omstandigheden waarvan het
college bij de toekenning van de voorziening
redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op
grond waarvan de toekenning van de voorziening
anderszins zou hebben plaatsgevonden;
indien het schoolbestuur niet voldoet aan de in de
beschikking gestelde verplichtingen;
indien de beschikking onjuist was en het
schoolbestuur dit wist of behoorde te weten.
De intrekking of wijziging van een beschikking tot
subsidievaststelling werkt terug tot en met het tijdstip van
toekenning van de voorziening, tenzij bij de intrekking of
wijziging anders is bepaald.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 13
Intrekken of wijzigen beschikking tot feitelijke beschikbaarstelling of subsidievaststelling
Onderdeel van Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs