Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Definities

Onderdeel van Uitgiftebeleid gemeentelijke groenstroken en restgronden

Agrarisch perceel: Met ‘agrarisch perceel’ bedoelen wij een gemeentelijk perceel in het buitengebied dat niet aansluit aan een woning of ander pand maar ‘alleen’ ligt oftewel ‘los’. Dit perceel is bedoeld voor agrarische doelen door een agrarisch bedrijf dat is gevestigd in gemeente Neder-Betuwe. Groenstrook: Met ‘groenstrook’ bedoelen wij een stukje grond met natuurlijk groen in de openbare ruimte, dat eigendom is van de gemeente en direct grenst aan particulier eigendom. Dat kan het eigendom zijn van een inwoner of van een ondernemer. Deze groenstroken noemen we ook weleens ‘restgroen’ of ‘snippergroen’. Oneigenlijk grondgebruik: Wij gebruiken de woorden ‘oneigenlijk grondgebruik’ wanneer inwoners of ondernemers grond van de gemeente gebruiken zonder dat zij hiervoor toestemming hebben gevraagd en gekregen. Het gebruik staat niet in de (gemeentelijke) administratie en is ook niet juridisch geregeld. Volkstuinen: Met ‘volkstuinen’ bedoelen wij percelen grond van de gemeente die mensen gebruiken voor het telen van onder meer groente, fruit, aardappelen, bloemen, planten, heesters. Vaak gaat het om stukken grond van de gemeente die zijn onderverdeeld in meerdere kleinere tuinen. Deze tuinen zijn voor particulier gebruik en niet voor zakelijk gebruik. Deze tuinen mogen geen verlengstuk zijn van een tuin of stuk grond van een woonperceel dat er naast ligt. Weiland: Met ‘weiland’ bedoelen wij een gemeentelijk perceel dat niet aansluit aan een woning of ander pand maar ‘alleen’ ligt oftewel ‘los’. Dit perceel is bedoeld voor het houden van dieren. Weilanden zijn voor particulier gebruik en niet voor zakelijk gebruik.

Rechtspraak bij dit artikel