De vergunning kan worden geweigerd op grond van
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor recreatie en de leefbaarheid van de houtopstand.
Het college kan de vergunning weigeren indien de betreffende bomen voorkomen op een door het college vastgestelde lijst van te beschermen bomen, tenzij er sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, een noodtoestand of een andere uitzonderlijke situatie.
Het college kan toestemming geven tot het direct vellen van een boom indien er naar boomdeskundige maatstaven sprake is van een situatie van acuut spoedeisend belang.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3.3a
Weigeringsgronden
Onderdeel van herziene Algemene Plaatselijke Verordening (25e wijziging)