Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3.8

Bestrijding boomziekten

Onderdeel van herziene Algemene Plaatselijke Verordening (25e wijziging)

1. Indien zich op een terrein een of meer bomen of andere houtopstanden bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van insecten die boomziekten verspreiden of hinderlijk zijn voor mensen, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn a. de bomen of houtopstand te vellen; b. de bomen of houtopstand te ontbasten en de bast ter plaatse te vernietigen; of c. de niet-ontbaste bomen of houtopstand of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte of insecten wordt voorkomen. 3. Het is verboden de op grond van het eerste lid gevelde bomen, houtopstand of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontbast hout en hout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. 4. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod gesteld in het derde lid. Afdeling 4.4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast

Rechtspraak bij dit artikel