In deze afdeling wordt verstaan onder:
Voertuigen:
Alle voertuigen met uitzondering van:
treinen en trams;
fietsen en bromfietsen;
gehandicaptenvoertuig in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen;
Parkeren:
Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.
Voertuigwrak:
Een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van herziene Algemene Plaatselijke Verordening (25e wijziging)