In de volgende gevallen kan afgeweken worden van de parkeereis:
Parkeereis is één of twee parkeerplaatsen
Wanneer bij nieuwe initiatieven de parkeereis één of twee parkeerplaatsen bedraagt, wordt vrijstelling van de parkeereis verleend. Er vindt in deze gevallen geen aanvullende toetsing aan de parkeernormensystematiek plaats. Er is dan ook geen financiële bijdrage aan het mobiliteitsfonds aan de orde, maar het plan wordt wel toegevoegd op de AUP-lijst (Adressenlijst Uitsluiting Parkeervergunningen).
Van norm naar nodig
Omdat de daadwerkelijke parkeerbehoefte in de praktijk anders kan blijken te zijn dan de norm en door de tijd heen ook kan veranderen, kan het wenselijk zijn om de parkeereis niet volledig te realiseren maar door middel van ruimtereservering aan de parkeereis te voldoen. Deze optie is beperkt tot maximaal 20% van de parkeereis. In het plan moet duidelijk zijn waar de parkeerplaatsen op een later moment alsnog kunnen worden aangelegd als de parkeerbehoefte na oplevering hoger blijkt te zijn dan de initiële capaciteit. Hiervoor moet de initiatiefnemer jaarlijks het gebruik van de parkeervoorziening meten en aan de gemeente rapporteren. Als de bezetting boven de 90% ligt en/of er duidelijke signalen van parkeeroverlast uit de omgeving zijn als gevolg van het plan, dan moeten de voorbereidingen voor aanleg van de resterende parkeerplaatsen worden opgestart. Een mobiliteitsplan is hierbij verplicht om afspraken over het activeren van de ruimtereservering vast te leggen.
Bijzondere situaties en gebieden
In bijzondere situaties of gebieden kan bij uitzondering op basis van een besluit van het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken van de parkeernormen en de bijbehorende systematiek. Er moet sprake zijn van een bijzondere situatie waarbij het toepassen van de parkeernormen(systematiek) afbreuk doet aan een of meer van planaspecten op het gebied van bereikbaarheid, (financiële) haalbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, woningbouw-opgave, verblijfskwaliteit en klimaat/milieu.
Gebiedsontwikkelingen
Ruimtelijke ontwikkelingen in de stad zijn er van groot tot klein en de ruimtelijke context van plannen kan sterk verschillen. Met name (grotere) gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente kunnen vragen om anders om te gaan met de invulling van de parkeereis. Gebiedsontwikke-lingen kenmerken zich door de schaal van de planvorming, samenvoeging van meerdere bouwplannen en/of (her)inrichting van een groter gebied inclusief de openbare ruimte. Door de schaal en bundeling kan het (ruimte)gebruik van parkeren en mobiliteitsdiensten gemaximaliseerd worden. Het kan zowel gaan om nieuwe gebiedsontwikkelingen als om (grotere) sloop-nieuwbouw of herstructureringsprojecten.
Bij dergelijke ontwikkelingen kan door de initiatiefnemer(s) in samenwerking met de gemeente een gebieds- of ontwikkelkader voor het betreffende gebied worden opgesteld, waarin onder meer een specifieke aanpak voor de bereikbaarheid van het gebied wordt vastgelegd. In een mobiliteitsvisie worden, in samenspraak met de ontwikkelende partijen, de uitgangspunten vastgelegd om te voorzien in de (toekomstige) parkeereis, gericht op een bijdrage aan de mobiliteitstransitie en het voorkomen van parkeeroverlast. De afwijkende uitgangspunten en/of parkeernormen worden voor de betreffende gebiedsontwikkeling dan in het omgevingsplan vastgelegd.